AMV 80jaar vrijheid logo hr 1 002 

 

 

Franziskus von Plettenberg werd op 29 juli 1914 in Hovestadt (Dorp bij het Duitse Soest) geboren.

Over zijn jeugd, zijn opleiding en zijn civiele loopbaan is niets bekend. Gelukkig weten we wat meer over zijn militaire carrière. Hij was officier bij de FLAK (Flugabwehrkanone), dat wil zeggen luchtdoelartillerie. In 1942 was hij Oberleutnant (1e luitenant) bij een Flakregiment. Op 1 december 1942 werd hij bevorderd tot Hauptmann(kapitein) en diende hij bij Flakabteilung 88 later bij de staf van Flakregiment 5. Hij was onder meer actief bij de Duitse bezetting van het Sudetenland (november 1938). Hij diende in Bulgarije en nam vanaf februari 1941 deel aan de Duitse veldtocht in Noord-Afrika. Tijdens die acties verdiende hij het IJzeren Kruis I en II en werd hij ook gewond. Hiermee verwierf hij het Verwundetenabzeichen (medaille voor een oorlogswond).

Vanaf 1943 was hij Nieuwer-Amstel (nu Amstelveen) gelegerd. Op 9 oktober 1943 trouwde hij met Ursula Liedtke in Hovestadt. Haar vader, die in 1934 stierf, was Joods. Moeder en dochter realiseerden zich echter dat Joodse mensen niet veilig waren omdat de Joden vanaf januari 1933 steeds meer geconfronteerd werden met antisemitisme. Haar moeder zorgde er daarom voor dat een niet-Joodse man tegen de autoriteiten verklaarde dat hij haar vader was.

Na 20 juli 1944, de dag van aanslag op Hitler, zou er voor beiden echter een heel andere fase aanbreken. Ursula was namelijk bang dat ze alsnog opgepakt zou worden, terwijl Franciskus voor zijn leven moest vrezen omdat de Gestapo een oom zocht die in het verzet zat. Het was daarom denkbaar dat ook hij gearresteerd zou worden.

Volgens de jongste dochter Cornelia, reisde Ursula daarop eind juli 1944 naar Nederland af en haalde ze Franziskus over om onder te duiken. Franziskus benaderde daarop de heer Molleman die beiden onderdak bood in zijn huis aan de Kostverlorenweg in Nieuwer-Amstel.

In haar publicatie “Jaren van Verduistering” stelt Tini Visser echter dat beiden eveneens onderdoken op een adres aan de Nieuwe Kalfjeslaan. Het is helaas onbekend waar ze eerst verbleven. Vermoedelijk werd het onderduikadres in de Nieuwe Kalfjeslaan verraden, waarop het verzet beiden naar de Geertruidahoeve in de Legmeer (Uithoorn) bracht. Medio november 1944 doken ze onder bij huisarts Janse in de Dorpsstraat in Uithoorn. Hij was de spil in het lokale verzet. In zijn huis lagen wapens. Daarnaast gaf hij het illegale blad “De Uitkijk” uit. Franziskus publiceerde hierin.
In mei 1945 droeg het verzet hem over aan de Canadezen en werd hij ondergebracht in een krijgsgevangenenkamp. Na 5 mei 1945 stond Franziskus wegens desertie voor een Duits Kriegsgericht. Hij werd echter vrijgesproken. In juli 1945 beviel Ursula in Amsterdam van haar eerste kind. In de loop van 1945 keerden beiden terug naar Hovestadt.

Franziskus werd vertegenwoordiger bij Volkswagen in Nederland. Hij kwam daardoor vaker bij de familie Molleman. Uit de inhoud van de brieven die de Vereniging Historisch Amstelveen van de nazaten van de heer  Molleman ontving, blijkt dat Franziskus en Ursula de familie Molleman dankbaar waren. Franziskus werd niet zo oud. Hij kwam op 22 maart 1968 bij een auto-ongeluk in Seesen (Harz) om het leven. Ursula stierf op 16 april 1995.

Door gebrek aan goede bronnen is het momenteel nog niet mogelijk om van alle losse gebeurtenissen een aaneengesloten verhaal te maken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de rol van het verzet, vrijspraak door de Duitse rechtbank, zijn onderduik in Uithoorn. Mocht u ons eventueel kunnen helpen met het completeren van de puzzel, dan willen we u vragen om de VHA te benaderen.